• Interactie is sleutel

    31 Januari 2014

    Onlangs waren de uitkomsten van het promotieonderzoek van Peter Blok, docent aan de Hogeschool van Amsterdam, onderwerp van gesprek op een door de HvA en NVP georganiseerd seminar. De vraag stond centraal: Overleeft HRM de 21e eeuw?

    Hoe kan kennis en kunde van huidige en nieuwe generaties ingezet worden in arbeidsorganisaties? Hoogleraar Strikwerda van de UVA en Wim Kooijman, voorzitter NVP, voegden hun geluid er aan toe. Dat meer van hetzelfde niet helpt, is overduidelijk. Oplossingen vinden om effectief gedrag in organisaties te ondersteunen is een grote uitdaging.

    Mijn oogst was die middag het lijstje van Wim Kooijman: Organisaties zullen zich moeten richten op sturing van gedrag in de complexe wereld van nu. Onderdeel van het nu is kennis/kunde cq arbeid die meer en meer mobiel is. Organisaties zouden daarom moeten sturen op: Draagvlak voor wat er te doen is, Toegankelijkheid van degenen die richting geven en Energie. Energieke mensen die in staat zijn hun rol in te vullen op het moment dat het nodig is. Mijn vermoeden is dat het dan gaat om een rol die past bij de (levens)behoeften en kwaliteiten van die mensen op dat moment. Het woord Levensenergie zou voor mij nog passender zijn.

    Strikwerda hield een betoog, zo te ervaren min of meer in zijn rol als hoogleraar, vanuit macro-economisch perspectief. Veel informatie en kennis kwam voorbij.
    Wat bij mij bleef hangen was vooral: de beheersmatige instrumenten van HR hebben hun langste tijd gehad. Er is een beweging nodig naar ruimte voor mensen met kennis/kunde om waarde toe te voegen, waar nodig in organisaties. Dat betekent dat oude sturingsmechanismen niet meer werken en dat het nodig is dat iemand in een rol in die mate de richting wordt gewezen en sturing krijgt van anderen dat hij of zij zelf betekenis kan geven aan situaties en passende beslissingen kan nemen. Hij noemde IBM en Nestlé als goede voorbeelden.  Wat mensen nodig hebben is een veilig psychologisch klimaat. Ik voeg daar graag sociaal en plezier aan toe: een veilig en plezierig psychosociaal werkklimaat.

    Kooijman en Strikwerda waren het in die zin met elkaar eens dat de sleutel is: interactie. Kennis/kunde is één, het effectief beschikbaar kunnen maken in een sociale omgeving is twee.
    De vraag blijft over:  hoe organisaties gerichter aandacht gaan besteden aan het vermogen van hun medewerkers om ‘’betekenis te geven aan de situatie” en ‘’om te gaan met keuzemogelijkheden en om passende besluiten te (durven) nemen’’? Het zich – onbewust - verschuilen achter ‘cultuurvraagstukken’ past niet meer.
    Er is werk aan de winkel! En dan zullen we ervaren of HRM de beweging gaat maken de 21e eeuw te overleven. Ik denk dat dit een onderzoekende houding vraagt over wat er in het hier en nu gebeurt in aanvulling op een passende hoeveelheid ‘meten is weten’. Een onderzoekende en een niet-wetende houding van HR, de mensen die richting aangeven (managers) en professionals met kennis en/of kunde die graag van betekenis zijn.
    En als het gaat om de psychosociaal gedrag te onderzoeken dan kan de centrale vraag zijn:
    Wat doe ik met iemand als jij in een situatie als deze?  Daarna komt dan de interactie.

    Door Linda Weijers

    Geef uw reactie

    Naam
    E-mailadres

Inspiratie

Archief